Alternatieve behandelaars aan de beterende hand

Artikel Consumentengids, december 2002

Nog steeds worden niet alle richtlijnen.van de beroepsorganisaties nageleefd door alternatieve behandelaars. Maar er is hoop, want dit jaar hebben meer deelnemers hun zaakjes op orde.

Aromatherapie, shiatsu, reiki, acupunctuur, handoplegging: een paar voorbeelden van behandelwijzen die tot de alternatieve geneeskunde worden gerekend.  Veel Nederlanders bezoeken jaarlijks een alternatief therapeut en er zijn veel therapeuten die er hun boterham mee verdienen. Sinds de oude Wet op de Uitoefening der Geneeskunst is afgeschaft, in 1997, mag iedereen een poging doen om te genezen zolang daarmee geen schade wordt aangericht.  De overheid staat echter niet in voor de kwaliteit ervan; die grijpt pas in als het gevaarlijk dreigt te worden.  De ‘branche’ moet dus zichzelf organiseren en zelf kwaliteitseisen stellen. Maar, zoals voorgaande jaren uit onze (praktijk)onderzoeken bleek: daar schort nog het een en ander aan.

We onderzochten dit keer dus weer de kwaliteitsnormen van organisaties van alternatieve behandelaars. Ook keken we of de aangesloten leden zich inderdaad aan de normen van deze verenigingen houden.

Laten we beginnen met het positieve nieuws. Veel van de deelnemende organisaties hebben meer richtlijnen op papier dan de afgelopen jaren. Bij slechts één organisatie ontbreken regels met betrekking tot de contacten van de behandelaar met zijn eigen collega’s. Op twee organisaties na hebben alle deelnemende organisaties ook een openbaar beroepsregister, een tuchtregeling, een regeling voor de privacy van de patiënt, richtlijnen voor het bijhouden van een patiëntendossier en het overdragen van patiënten aan collega’s. Het feit dat alle organisaties een openbaar beroepsregister hebben, zegt overigens niets over de kwaliteit ervan. Ook dit jaar bleek tijdens onze praktijkproef dat er behandelaars in de registers staan die niet meer praktiseren.

Ook de interne controle verbetert. Vorig jaar controleerde 37% van de organisaties actief bij haar leden of de richtlijnen rondom de organisatie van de praktijk werden nageleefd, dit jaar is dat opgelopen tot 58%.

Minder goed geregeld zijn de richt.lijnen voor het afnemen van een tevredenheidsonderzoek onder patiënten (slechts 46%) en het hebben van een afgeronde reguliere medische opleiding door de therapeuten (53%). Verder laten de regelgeving voor het minimum aantal patiënten dat een therapeut moet hebben, en de informatie aan de patiënten over tarieven en vergoedingen te wensen over (respectievelijk 53% en 37% stelt hier eisen aan en controleert ze voldoende). In tabel 1 ziet u het rapportcijfer dat aangeeft hoeveel eisen een organisatie stelt aan zijn ledén.  Op onze website wwwconsumentenbond.nl zijn de gedetailleerdere resultaten te vinden.

Controle en praktijkbezoeken

Om het onderzoek compleet te maken, hebben we behandelaars met een bezoek vereerd. We vroegen onder meer naar de opleiding, patiëntendossiers, contacten met collega’s en de reguliere zorg. Verder hebben we gelet op hygiëne en privacy. Deze behandelaars hebben we ook gebeld, waarbij we ons voordeden als een patiënt die om informatie vraagt.

Een behandelaar krijgt pas een positieve waardering op een onderdeel als ons bezoek én telefoontje beide goed worden beoordeeld. Een doorslaggevende factor is de bereidheid om ons te ontvangen. Dat zat wel goed; vrijwel alle therapeuten wilden meewerken.

Met de herkenbaarheid van de beroepsorganisatie en de omgang met collega’s zit het wel snor, blijkt uit onze bezoeken. Aan het informeren van patiënten mag echter nog wél wat gebeuren; slechts 36% van de bezochte therapeuten doet dit voldoende. Vaak wijst de behandelaar vóór de behandeling niet op de beperkingen of mogelijke nadelen van de therapie. Ook op het informeren over de klachtenregeling en het meedoen aan intercollegiale toetsing scoort 56% van de therapeuten helaas onvoldoende.

Tijdens onze telefoontjes kwam naar voren dat de therapeuten niet scheutig zijn met informatie over de beroepsorganisatie. Nogal vervelend voor een potentiële cliënt; die dus niet kan nagaan aan welke kwaliteitseisen de therapeut gehouden is. Eén therapeut wilde ons zelfs niet vertellen bij welke vereniging hij is aangesloten. Opvallend: een vrij groot aantal therapeuten neemt met de voornaam de telefoon op, zonder een verdere aanduiding van de praktijk.

Als u van plan bent om naar een alternatief behandelaar te gaan, houd dan in de gaten of deze is aangesloten bij een goedscorende organisatie. Laat u informeren over de inhoud en kosten van de behandeling, de vergoedingsmogelijkheden, de contacten van de behandelaar met de reguliere zorg, hygiëne tijdens de behandeling en of de behandelaar een dossier bijhoudt.

HET ONDERZOEK: WAT EN HOE

Net als de voorgaande jaren hebben we 57 beroepsorganisaties van alternatieve behandelaars doorgelicht op zaken als opleiding, bij- en nascholing, minimum aantal patiënten per jaar, herregistratie, herkenbaarheid van de leden, richtlijnen en standaarden voor behandelwijzen, alternatieve middelen, bereikbaarheid, praktijkinrichting, patiëntendossier, hygiëne, omgang met patiënten en omgang met collega’s, overdracht en nazorg, en omgang met de reguliere zorg. Ook hebben we als patiënt gebeld met 120 alternatieve behandelaars van 24 beroepsorganisaties en hen een bezoek gebracht. Ons onderzoek zegt niets over de effectiviteit van de behandeling.

Criteria

Uit reacties die wij ontvangen via onder andere ons ‘verzekerdenpanel’ blijkt dat voor veel verzekerden het lang niet altijd duidelijk is welke therapieën er worden vergoed en wat de hoogte van de vergoeding is. Dit jaar hebben we onder 31 zorgverzekeraars geïnventariseerd welke beoordelingscriteria ze gebruiken bij de opstelling van pólisvoorwaarden, 26 hiervan hebben gereageerd.

Uit deze inventarisatie blijkt dat in 2002 minimaal negen verzekeraars ons onderzoek gebruikten als leidraad voor het al of niet vergoeden van behandelwijzen. Negentien verzekeraars gaven aan te overwegen de resultaten in 2003 te gaan gebruiken. Een goede zaak vinden wij. Te meer omdat wij ons onderzoek zien als een manier om de goede van de minder goede organisaties te onderscheiden. Verzekeraars die ons onderzoek niet gebruiken, vonden onder andere dat er te weinig is gekeken naar de inhoud van de therapie of zijn nog bezig met een interne discussie over de te hanteren toetsing en het te voeren beleid.

Iedere verzekeraar hanteert andere criteria voor vergoedingen en de hoogte van de vergoeding hangt bij alle verzekeraars af van het specifieke pakket van de verzekerde. Een paar voorbeelden van criteria die worden gehanteerd (per verzekeraar meestal een paar hiervan):

  • lidmaatschap van de behandelaar van een willekeurige beroepsorganisatie
  • lidmaatschap van de behandelaar van een met name genoemde beroepsorganisatie;
  • de behandelaar moet ingeschreven staan bij een bepaald register;
  • alleen bepaalde therapievormen worden vergoed;
  • lidmaatschap van de behandelaar van een beroepsorganisatie die minstens een bepaald rapportcijfer heeft behaald in het onderzoek van de Consumentenbond.
  • Als aan dit laatstgenoemde criterium wordt voldaan, is dat een kwaliteitswaarborg, al zegt dit niets over de werkzaamheid van de behandeling.

Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer de wijziging van de Wet BIG aangenomen.  Deze wijziging komt er op neer dat alternatieve behandelaars die de gezondheid of zelfs het leven van hun patiënten in gevaar brengen, voor én tijdens de strafvervolging kunnen worden gestopt voordat ze nog meer schade aanrichten.

TEN SLOTTE

In de alternatieve zorg zijn twee groepen ontstaan:

1. beroepsorganisaties die redelijk tot goed zijn georganiseerd en die aan ons onderzoek mee willen doen, en

2. de groep die niet mee wil doen met ons onderzoek en therapeuten die niet zijn aangesloten bij een beroepsorganisatie.

Wij raden aan om naar therapeuten van deelnemende organisaties te gaan, omdat zij instaan voor minimale randvoorwaarden van goede zorgverlening.  Maar informatie over alternatieve genezers en hun behandelingen blijft belangrijk. Laat u voor de behandeling goed informeren op punten die wij beschreven hebben.