Organisaties Osteopathie

NVO: Nederlandse Vereniging voor Osteopathie

De NVO is een vereniging met leden (osteopaten) en aspirant-leden (studenten osteopathie). Het is een democratisch instituut met statuten en een huishoudelijk reglement. Deze zijn opvraagbaar bij het secretariaat (nvo@osteopathie.nl).

De NVO maakt deel uit van een trias-politica en is het democratische platform. Het zet zich in voor de osteopathie in Nederland en behartigt de belangen van de leden en aspirantleden.
http://www.osteopathie.nl/zorgprofessionals/wat_is_osteopathie.html

NRO: Nederlands Register voor Osteopathie

Het Nederlands Register voor Osteopathie (NRO) is een onafhankelijke stichting, opgericht om de kwaliteit van de osteopathie in Nederland te waarborgen en de regels en reglementen, zoals opgesteld door en met instemming van de beroepsgroep, te handhaven. Er zijn regels en reglementen opgesteld om de kwaliteit van beroepsgroep te handhaven. Naast wettelijke en door zorgverzekeraars voorgeschreven eisen, controleert het register eisen die zijn beschreven met instemming van de beroepsgroep. http://osteopathie-nro.nl/home.html

CVO: College voor Osteopathie

Het College voor Osteopathie ziet toe op de correcte implementatie en wijziging van de regelgeving. Dit garandeert een door de beroepsgroep gedragen kwaliteitsbeleid wat tevens houdbaar is naar externen (patiënten, overheid, zorgverzekeraars, etc.). Nieuwe en gewijzigde regels of nieuwe en gewijzigde inhoud van het vak moeten langs het College voor Osteopathie (CvO) alvorens ze kunnen worden geïmplementeerd. Het CvO bewaakt hiermee de kwaliteit van het osteopathisch gedachtengoed en voorkomt dat regels in strijd zijn met bestaande wet- of regelgeving.

OsEAN: Osteopathic European Academic Network

OsEAN is een samenwerkingsverband van opleidingen Osteopathie in Europa, voor toelating bestaat er een kwaliteitstoets. OsEAN organiseert congressen gericht op onderwijs (teaching palpation Berlin 2011, teaching research Paris 2012, innovation in osteopathic education Barcelona 2014). Daarnaast kent OsEAN een students-exchange, teachers-exchange, examinator-exchange, opleiding voor docenten, etc.
Doelstellingen zijn onder andere: bevorderen van wetenschap (research), samenwerking tussen verschillende scholen (landen), werken aan academische erkenning op Master niveau (300 ECTS). http://www.osean.com/

Bij OsEAN zijn nu 32 scholen aangesloten. Er worden 11 talen gesproken. OsEAN houdt de voertaal op Engels. OsEAN werkt aan “membership criteria” en “quality assessment”. OsEAN heeft hiertoe een eigen standaard voor een opleiding in het leven geroepen: ISO-29990. Deze standaard staat voor een hogere lat dan het CEN-document. Het is een standaard voor een type I opleiding (voltijd opleiding vanaf de middelbare school). Het type II programma (bv de omscholing van de fysiotherapeut) is een afgeleide daarvan. CS is direct betrokken geweest bij alle ontwikkelingen bij OsEAN. Dit gebeurt onafhankelijk en gestandaardiseerd op een door de EU erkende manier en wordt gedaan door de Austrian Standards Institute in Wenen. Robert Muts, directeur van CS, is daar opgeleid tot auditor van bij de OsEAN aangesloten opleidingen.

FORE: Forum for Osteopathic Regulation in Europe

Het Forum for Osteopathic Regulation in Europe (FORE) bevorderd de bescherming van de patienten in Europa door promotie van erkenningen regulatie van osteopathie en door te streven naar een hoge standaard voor de osteopathische behandeling. FORE brengt registers en door de overheid erkende organisaties samen om de standaarden voor osteopathie binnen Europa te verbeteren..
http://www.forewards.eu/

FORE is een “platform for regulators” en heeft nog geen formele juridische status. De meeste registers in Europa maken namelijk deel uit van de beroepsvereniging. In Nederland zijn we verder in het privaat reguleren van de osteopathie. In Nederland hebben we ook een norm voor de osteopathie (BCP) en deze norm wordt getoetst door het NRO voordat een opleiding geregistreerd kan worden. Er moet nog geschaafd en geoptimaliseerd worden in de verschillende lidstaten, maar de werksfeer is super in deze organisatie en de uitwisseling van expertise is optimaal. FORE telt 22 organisaties uit 17 landen waar de osteopathie wel (nu 7 landen) en niet door de overheid is gereguleerd. FORE heeft een belangrijke rol gespeeld in het CEN-proces.

EFO: European Federation of Osteopathy

De European Federation of Osteopathy is een samenwerkingsverband van beroepsverenigingen voor osteopathie van de Europese landen. Hier wordt op verenigingsniveau samengewerkt aan de Europese standaardisatie van het beroep osteopathie. Via et Europese Parlement is dit de organisatie die strijd voor de gelijke erkenning van de Osteopathie in alle Europese landen en voor gelijkwaardigheid in beroepsuitoefening (crossing boarders project).    http://www.efo.eu

De EFO is de oudste beroepsvereniging voor osteopaten in Europa. De NVO is al lang lid van de EFO. Voorheen was het NACO lid van de EFO en de NVO heeft dit lidmaatschap overgenomen. De EFO heeft een juridische status en is daarom ook voor de EU de beroepsvereniging (en dus de gesprekspartner) voor de osteopaten. De EFO kon vanwege deze formele status een overeenkomst aangaan met CEN als opdrachtgever voor het komen tot een Europese norm voor de osteopathie. De EFO is lid van de CEPLIS (Commission Européenne pour Professions Liberale Individuelle et Sociale). Dit is een private organisatie die gelieerd is aan de Europese Commissie zelf. Langs deze weg werkt de EFO ook aan een formele private status voor de aangesloten osteopaten. De CEPLIS verstrekt een “card” voor de Europese osteopaat (D.O.-Eurost).
Bij de EFO zijn 16 landen vertegenwoordigd. Helaas heeft Zwitserland zich teruggetrokken. Canada is aanwezig bij de EFO-vergadering als toehorend lid. Zij hebben geen stemrecht.

OIA: Osteopathic International Alliance.

De Osteopathic International Alliance bevorderd de osteopathie wereldwijd. Het wil de filosofie en de praktijk van de osteopathie en de osteopathische geneeskunde (USA) in samenwerking naar buiten brengen. Vandaag de dag representeerd de OIA meer dan 70 organisaties uit 27 landen over 5 continenten met meer dan 110.000 osteopathen. http://wp.oialliance.org/

De beschrijving van de OIA is als volgt:
Globally, two professional osteopathic streams have emerged, largely due to different legal and regulatory structures around the world: osteopathic physicians (practising osteopathic medicine) are doctors with full, unlimited medical practice rights and can specialise in any branch of medical care; osteopaths (practising osteopathy) are primary contact health providers with limited practice rights, and do not for example prescribe pharmaceuticals or perform surgery.
Andrew Taylor Still, MD, DO, developed osteopathic medicine in the United States in the mid- to late-1800s. An essential component of osteopathic health care is osteopathic manual therapy, typically called osteopathic manipulative treatment (OMT).
Osteopathy and osteopathic medicine incorporate current medical and scientific knowledge in applying osteopathic principles to patient care. Scientific review and evidence-informed outcomes have a high priority in patient treatment and case management. Osteopathy recognizes that each patient’s clinical signs and symptoms are the consequences of the interaction of multiple physical and non-physical factors. Osteopathic care emphasizes the importance of the patient-practitioner relationship in the therapeutic process.
Osteopathic care incorporates a broad range of approaches to the maintenance of health and the management of disease. It embraces the concept of the unity of the individual’s structure (anatomy) and function (physiology). Osteopathy/osteopathic medicine is a person-centred approach to health care rather than disease-centred.

Hieruit blijkt onder andere dat er een verschil wordt gemaakt tussen osteopathische geneeskunde en osteopathie. College Sutherland onderschrijft dit verschil en onderwijst de osteopathie. In het kader van haar filosofie, missie en visie onderwijst College Sutherland de osteopathie als volwaardig en zelfstandig beroep en niet als surplus aan de (reguliere) geneeskunde. Osteopathie kent een ander paradigma, een ander wetenschappelijk kader en een andere uitvoering dan de osteopathie in de Verenigde Staten.

NACO: Nederlands Academisch College voor Osteopathie

Het Nederlands Academisch College voor Osteopathie (NACO) is een stichting de op het beroepenveld gerichte eindexamens van de osteopathie in Nederland organiseert en beoordeeld. Het diploma in de osteopathie D.O. staat onder auspiciën van het NACO, met een Nederlandstalige jury. Het Diploma in de Osteopathie D.O. is gemeenschappelijk voor alle studenten van de verschillende onderwijsvormen, mits zij erkend worden door het Register voor osteopathie (NRO). Registratie bij het NRO kan alleen wanneer de betreffende opleiding door visitatie is geaccrediteerd, conform de reglementen in het beroepscompetentieprofiel (2009). Registratie is gekoppeld aan de vergoeding van de consulten Osteopathie, mits de patiënt hiertoe een dekkend aanvullend verzekeringspakket heeft afgesloten. De verzekeringsmaatschappijen hanteren de registratie van het NRO. http://www.nacodo.nl.

SWOO: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Osteopathie

De NVO heeft de SWOO opgezet. De SWOO kan aansluiten bij de activiteiten die er in Europa en wereldwijd worden ontplooid. Organisaties die al langer met wetenschappelijk onderzoek bezig zijn hebben zich bereid verklaard te willen samenwerken en uit te wisselen. De Engelse NCOR (National Council for Osteopathic Research) heeft recentelijk allerlei onderzoek opgestart. Een onderdeel is het verzamelen van data over de osteopathiepraktijk (PROM pilot loopt nu: Patient Reported Outcome Measure pilot). Software is ontwikkeld door ENCOR en wellicht zit daar bruikbaar materiaal bij voor de SWOO.

CEN: European Committee for Standardization

De afgelopen 3 jaren (sinds 2010) is er gewerkt aan een norm voor de osteopathiedie in Europa gevoerd moet gaan worden. Deze (private) norm moet een “tenminste norm” worden voor registers en opleidingen voor de osteopathie. De EFO was de opdrachtgever voor CEN (Commission Européenne de Normalisation). CEN heeft in iedere lidstaat een dochter. In Nederland is dat de NEN in Delft. NVO/NRO hebben NEN de opdracht gegeven voor Nederland het proces te begeleiden. NVO en NRO hebben aangedrongen op het uitnodigen van zoveel mogelijk partijen die eventueel iets over de osteopathie zouden willen zeggen. CS is bij alle vergaderingen aanwezig geweest. De Lloyds is aanwezig geweest als geïnteresseerde certificeringinstantie.
Het document wordt 31-10-2014 afgerond. Er is door 13 landen voor het document gestemd. Er waren geen tegenstemmers, maar wel 6 onthoudingen. Slechts één land (Italië) heeft om een A-deviation gevraagd; zeg maar een aanpassing vanwege de in Italië geldende wetgeving. Het formele besluit tot accepteren van het document wordt genomen tussen februari en april 2015. CEN zal het document dan naar verwachting publiceren op 01-07-2015.
Volgens de regels van de Europese Commissie (EC) wordt een CEN-document officieel bruikbaar (juridisch bruikbaar) vanaf 6 maanden na publicatie door de EC. Per 01-01-2016 hebben we dus een heuse Europese norm voor de osteopathie. Dit betekent niet dat iedere lidstaat dit om moet zetten in wetgeving. Het betekent wel dat wanneer iemand het heeft over osteopathie of wanneer een instantie het heeft over osteopathie, geacht mag worden dat zij bekend zijn met de norm die er voor staat. Het CEN-document krijgt na 5 jaar een update.