Nadere uitleg van het begrip craniaal aspect

Anatomisch gezien is de menselijke schedel in tweeën opgedeeld; de hersenen omgevende hersenschedel en de zintuigen bevattende gezichtsschedel. Het bovenste deel van de schedel (hersenschedel) wordt als schedeldak aangeduid, het onderste deel, die op de wervelkolom en de hal aansluit, als schedelbasis.

De schedelbotten

De schedel bestaat uit verschillende botten, waarvan er sommige gepaard en sommige enkel voorkomen. Op het tongbeen (os hyoid) na zijn alle schedelbotten met elkaar verbonden. Schedelnaden kunnen getand of recht verlopen, de belangrijkste naden (suturen) aan de schedel hebben eigen namen, zoals de voorhoofdsnaad (sutura metopica), de lambdanaad (sutura lambdoidea) en de pijlnaad (sutura sagitalis). Bij kinderen moeten de afzonderlijke botten van de schedel tot het derde levensjaar nog naar elkaar toe groeien. De tot dan toe bestaande vliezige tussenruimten worden fontanellen genoemd.

De zintuigen

De ogen bevinden zich in de oogkassen in de gezichtsschedel. Talrijke oogspieren maken hun beweging mogelijk. De oogkas zelf is uit 5 afzonderlijke botstukken samengesteld. De oogzenuw verloopt door tal van vliezige structuren, waar veel bloedvaten en begeleidende zenuwen samenkomen.

De neus is door middel van de keelholte met de luchtpijp verbonden en dient voor de ademhaling. Het neusdak herbergt ook de reukzin, die de waarneming van zes reukcategorieën en duizenden verschillende reukkwaliteiten mogelijk maakt.
De mondholte vormt het begin van het verteringskanaal. Op de tong bevindt zich de smaakzin, waarmee de vier basiskwaliteiten bitter, zuur, zout en zoet geproefd kunnen worden. De mondholte is tevens het klankkast, waarmee verschillende letters gevormd kunnen worden.

In het binnenoor vinden we het gehoor, dat het mogelijk maakt om verschillende geluidsfrequenties waar te nemen. Ook het evenwichtsorgaan bevindt zich in het binnenoor, waarmee we de stand van het hoofd waar kunnen nemen.
Alle zintuigen zijn door middel van zenuwen langs de botten of er doorheen met de daartoe bestemde centra in de hersenen verbonden.

De hersenen

In de hersenschedel bevinden zich de aan het schedeldak grenzende grote hersenen. In de grote hersenen liggen verschillende centra, die voor de waarneming, de herkenning, het denken en de bewuste bewegingen dienen.

Onder de grote hersenen liggen de middenhersenen, de thalamus, de hypothalamus en de hypofyse. De midden hersenen bevat centra voor het zien en het horen. De thalamus filtert prikkels en leidt deze verder naar gevoelswaarnemingen. De hypothalamus bestuurt de vegetatieve (automatische) functies van het lichaam. De thelamus wordt de componist van de hormoonhuishouding genoemd; de hypofyse is de dirigent.

In het achterste gebied van de schedel liggen onder de grote hersenen de kleine hersenen. Het controleert het evenwichtsgevoel en de coördinatie van lichaamsbewegingen.

De hersenen vormen samen met het ruggenmerg het centrale zenuwstelsel; de wervelkolom, waarin het ruggenmerg verloopt, is via gewrichten aan de doorgang in het achterhoofdbot verbonden. Het hier doorheen verlopende deel van het centrale zenuwstelsel wordt de hersenstam genoemd en bezit verschillende reflexcentra en het ademcentrum.

Het centrale zenuwstelsel wordt door drie vliezen omhult. Het buitenste hersenvlies, de zogenaamde dura mater, bekleedt de schedel van binnenuit. De dura omvat de hersenen als een ballon, verlaat de schedel via de doorgang in het achterhoofdsbot en omringt vervolgens het ruggenmerg.

De primaire ademhalingsbeweging

De hersenen en het ruggenmerg drijven in de hersenvloeistof (liquor cerebrospianlis). Deze vloeistof wordt in porties in de hersenkamers geproduceerd en vult de ruimte tussen de hersenen en de hersenvliezen op. De bloedvaten in de schedel en het ruggenmerg nemen de vloeistof weer op. De cyclische productie en opname van de liquor bedraagt tussen de acht tot veertrien maal per minuut. De cyclische productie staat in nauwe samenhang met de ademhaling en het hartritme, maar kan niet door lichaamsactiviteit beïnvloedt worden. Het behoort tot de automatismen van het lichaam en wordt in de Osteopathie de ‘primaire ademhalingsbeweging’ genoemd.

De primaire ademhalingsbeweging vormt een belangrijk diagnostisch instrument, waarmee de vitaliteit en mogelijke functionele stoornissen ontdenkt kunnen worden. Deze beweging kan aan het hoofd goed gevoeld worden. De cyclische productie van de liquor zet zich voort in de vorm van minimale drukveranderingen op de dura mater, die de binnenzijde van de schedel bekleedt. Gedurende de productiefase van de liquor, de zogenaamde inspiratie-fase of flexie-fase, wordt de schedel naar de zijkanten breder en komen voor- en achterhoofd dichter bij elkaar. Gedurende de opnamefase van de liquor, de zogenaamde expiratie-fase of extensie-fase, trekt de schedel zich aan de zijkanten samen en wijken het voor- en achterhoofd uit elkaar. Dit zijn echter zeer kleine en niet zichtbare bewegingen, die slechts door de geschoolde handen van een osteopaat te palperen (voelen) zijn.

Schedelbotten zijn beweeglijk

Bewegingen van de schedelbotten zijn mogelijk, omdat de schedel niet uit stijf omhulsel bestaat, maar uit afzonderlijke botten is samengesteld. Dit laat toe dat de afzonderlijke botten lichte bewegingen uitvoeren en de primaire ademhalingsbeweging kan volgen.

In de reguliere geneeskunde wordt een beweeglijkheid van de schedelbotten, met uitzondering van het tongbeen, de onderkaak en de gehoorsbeentjes ontkent. De schedelnaden worden als vaste, vergroeide en verbeende structuren gezien. De beweeglijkheid van de schedelboten werd echter reeds in de 17e eeuw beschreven door de Italiaanse arts Baglivi, dus lang voor William Gardner Sutherland over de osteopathie in het craniale bereik schreef. Ook nu worden de schedelnaden in de reguliere geneeskunde terecht als ‘gewricht’ en niet als volledig uitgegroeid botweefsel beschouwd.

Omdat de schedelbotten door de schedelnaden met elkaar verbonden zijn, vinden de bewegingen niet in de vrije ruimte plaats. De schedelnaden functioneren meer als een gewricht en maken zowel de uitslag als de richting van de beweging mogelijk. Afhankelijk van de positie voert ieder afzonderlijk schedelbot zijn beweging om een of meer bewegingsasen uit.

Door middel van palpatie (fijne tast) van de primaire ademhalingsbeweging aan de schedel, kan de osteopaat de bewegingen van de afzonderlijke schedelbotten voelen. Zo kan hij vast stellen of de primaire ademhalingsbeweging gelijkmatig en harmonieus verloopt. Er kunnen als asymmetrieën, spanningen of traumatische compressies aan de schedelbotten of de schedelnaden gevonden worden.

De gevolgen van een verminderde beweging

De gevolgen van veranderingen in de beweeglijkheid van de schedelbotten kunnen talrijk zijn en kunnen uiteenlopende symptomen in het gehele lichaam veroorzaken. Spanningen in de afzonderlijke schedelnaden kunnen de gelijkmatige schedelgroei beïnvloeden of tot een kaakscheefstand bij kinderen voeren. Een door geboorte veroorzaakte compressie, bijvoorbeeld door een tangverlossing, kunnen hersenzenuwen ter hoogte van de plaats waar zij de schedel in- of uittreden beknellen en zo zelfs tot een scheefhals of tot darmkolieken leiden. Asymmetriën van de schedelbotten kunnen zenuwverbindingen naar de zintuigen beïnvloeden en stoornissen in de waarneming veroorzaken.

Teveel of te weinig beweeglijkheid van de schedelbotten kan tot bewegingscompensaties in de wervelkolom leiden en hier klachten veroorzaken.

Tenslotte kunnen asymmetrieën, spanningen of compressies in de schedel tot een verhoogde trek in de dura mater (het harde beschermingsvlies rond de hersenen en het ruggenmerg) leiden, die zich tot het heiligbeen en het stuitje voortzet. Omgekeerd kunnen problemen in het bekkengebied tot in het hoofd aankomen en daar klachten veroorzaken.

Een osteopaat kan met zijn manuele technieken de stoornissen aan de schedel behandelen, wanneer hij de bewegingen van de primaire ademhalingsbeweging respecteert en gebruikt. Zijn handen vormen hierbij een soort hefboom.

De krachten waarmee de osteopaat op de schedel werkt zijn minimaal. Wat telt zijn de duur van de handeling en de precieze handeling op de stoornis. Zij maken echter grote veranderingen mogelijk, die echter rustig verloopt.